De socialistische droom van Obbe

Op de foto van links naar rechts: Obbe Woudhuizen (1861-1936), Douwe Woudhuizen (1894-1946), Jan Woudhuizen (1891-1917), Hendrikje Woudhuizen (1899-1955) en Grietje Pen (1864-1932). Hendrikje is de moeder van mijn beppe (Fries voor oma).

Begin 1881 meldt Obbe Woudhuizen zich voor de militaire keuring in Heerenveen. Hij heeft een laag nummer getrokken en is daarom mogelijk dienstplichting. De timmerknecht meet precies 1,724 meter vanaf zijn blonde kruin tot de voetzolen. Onder zijn hoge voorhoofd priemen heldere blauwe ogen. Slechte ogen volgens Obbe, maar de keuringsarts trapt er niet in. Obbe wordt goedgekeurd voor een vijfjarige dienstplicht en ingedeeld bij de genietroepen.

Obbe is afkomstig uit Lemmer, waar zijn vader Douwe en moeder Hendrikje wonen. Obbe is hun oudste en geboren op 5 januari 1861. Vader Douwe is een zwerver. Hij voer zijn hele jeugd op een potten- en pannenschip waarmee zijn ouders door Friesland trokken om aardewerk te verkopen. In zijn jonge jaren was hij matroos en voer hij onder andere op Noorwegen. Inmiddels is hij timmerman in het Friese kustplaatsje.  Moeder Hendrikje is in Lemmer geboren, waar haar vader een winkel dreef. Naast Obbe kreeg het echtpaar Woudhuizen nog een zoon (Anthonie) en dochter (Geeske).

Obbe staat geregistreerd als timmerknecht, en werkt waarschijnlijk bij zijn vader. De dienstplicht roept hem vaak van huis. Gedurende vijf jaar moet hij zich voor kortere of langere tijd in de kazerne vervoegen om ’s lands wapenrok te dragen. Ontsnappen is er niet bij. Wie geen geld heeft voor een vervanger of een andere goede (medische) reden heeft, moet op komen draven. Een eventueel huwelijk is alleen mogelijk met een bewijs dat de dienstplicht is vervuld of anderszins legaal ontkomen.

April 1884 staat voor Lemmer in het teken van een overvloedige haringvangst. Vele wandelaars nemen een kijkje op de haven, waar ze van oude vissers vernemen dat de haringvangst sinds mensenheugenis niet zo goed is geweest. Op de haven ruikt het naar vers gerookte haring, want de bokkingrokerijen draaien dag en nacht door. [1] In deze zelfde maand april vertrekt vader Douwe naar Amsterdam. Hij gaat wonen in de Da Costastraat op nummer 103. Opmerkelijk is dat moeder Hendrikje in Lemmer blijft. Zij overlijdt in november van hetzelfde jaar. Vader Douwe verhuist in november naar de Lange Leidschedwarsstraat, binnen de grachtengordel en dichtbij het Leidseplein in Amsterdam.

Waarom vader Douwe naar Amsterdam verhuist en zijn vrouw en (volwassen) kinderen in Lemmer achterlaat, is onbekend. Obbe staat er nu alleen voor. Zusje Geeske volgt in 1885 haar vader en trekt bij hem in aan de Lange Leidschedwarsstraat. Broer Anthonie trouwt in 1887 en sticht een gezin met Geesje Kok uit Kuinre. De alleen achtergebleven Obbe betrekt een kamer bij weduwe Aaltje Henstra. Het is een roerige tijd voor Obbe, zonder zijn overleden moeder en zijn vader op afstand in Amsterdam. Op 25-jarige leeftijd staat hij in Heerenveen voor de rechter en wordt veroordeeld tot tien dagen hechtenis vanwege moedwillige mishandeling. Het vonnis wordt uitgesproken op 26 juli, nog geen drie maanden nadat Obbe officieel zijn dienstplicht heeft vervuld.

Een gezin stichten en verheffen

Inmiddels staat Obbe in het bevolkingsregister ingeschreven als bokkingroker. Lemmer kent in de negentiende eeuw drie grote rokerijen. Obbe is werkzaam bij de rokerij van Poppe de Rook. De Rook is in de verte nog familie van Obbe. Obbes beppe aan moeders kant was een De Rook: Gepke Lourens de Rook, een tante van Poppe. Obbes moeder Hendrikje was dus een nicht van Poppe, en Obbe daarmee een achterneef.

Poppe de Rook is een echte socialist. Hij is lid van de Sociaal Democratische Bond van Domela Nieuwenhuis. Aan het einde van de negentiende eeuw zijn de leefomstandigheden in Lemmer ronduit slecht. Er is veel drankmisbruik om de ellende voor even te vergeten. Als geheelonthouder probeert Poppe het goede voorbeeld te geven. Hij is goed voor zijn werknemers, die hij een eigen arbeiderswoning om de hoek van zijn rokerij geeft.

Ook Obbe krijgt daar een huisje. Het huisje is niet groot: vandaag de dag functioneert het als garage. Hij trouwt in 1891 met Grietje Pen. Grietje is afkomstig uit een turfgraversfamilie. De familie Pen is oorspronkelijk afkomstig uit Overijssel en is verhuisd naar het Friese Oosterzee. Veel nazaten zijn in Lemmer terecht gekomen, waaronder Grietje. Haar broer Jan is in 1890 een nettenwinkel gestart in Lemmer. De overvloedige ansjovisvangst van dat jaar heeft hem geen windeieren gelegd en hij wordt een gezien man in de visserijwereld. Ook Jan is een echte socialist en net als zijn zwager Poppe (hij is getrouwd met Poppes zusje Janke) lid van de Lemster afdeling van de Sociaal Democratische Bond.

Obbe verkeert dus in socialistische kringen. Onduidelijk is hoe hij daar zelf in stond. Hij staat te boek als Hervormd, net als zijn vrouw Grietje. Grietjes broer Jan heeft duidelijk afstand genomen van een christelijke opvoeding en is socialist geworden. De nettenhandelaar heeft in zijn jeugd in de kost gezeten bij zijn grootouders, waar hij een ‘streng christelijke’ opvoeding heeft genoten.

Hangbaas Poppe de Rook komt in 1889 in de gemeenteraad van Lemmer, als eerste socialist in Nederland. Hij pleit in de raad onder andere voor verlaging van het schoolgeld voor de MULO, het voortgezet onderwijs in die tijd. Het doel is duidelijk: ook kinderen van de arme arbeiders moeten door kunnen leren.

De kinderen Woudhuizen

De socialistische verheffingsgedachte is in het gezin van Obbe Woudhuizen en Grietje Pen goed terug te zien. Geen van hen wordt net als hun vader visroker: ze stijgen allemaal op de maatschappelijke ladder. Wat misschien meehelpt is Obbes visie op alcohol: zijn kinderen worden verplicht lid van de geheelonthoudersvereniging.

Jan (1891-1917) is de oudste en studeert vanaf 1907 aan de kweekschool in Middelburg. Na een benoeming aan de openbare school te Stavoren wordt in 1911 zijn dienstplicht opgeschort. In 1912 moet hij echter opkomen en wordt hij ingelijfd in het 2e regiment vestingartillerie. Door de stichting van een nieuwe bijzondere (christelijke) school is het leerlingaantal van de openbare school in Stavoren gedaald van 150 tot 82 en is Jan boventallig. Een jaar later ontvangt Jan opnieuw in een benoeming in Stavoren, maar in 1914 aanvaardt hij een benoeming tot onderwijzer in Amsterdam. Eind 1914 behaalt Jan de hoofdakte voor onderwijzer.

In 1916 treedt hij in het huwelijk met Meintje (Minke) Tiemstra. Enkele weken later wordt hij bevorderd tot 2e reserve-luitenant. Blijkbaar is hij gedurende de Eerste Wereldoorlog gemobiliseerd en werkt hij ook aan een militaire carrière. Bij een val in een put in Sneek loopt hij inwendige verwondingen op, waaraan hij ook overlijdt.

Douwe (1894-1946) werkt sinds 1910 op het postkantoor in Lemmer, waar hij in 1913 een vaste aanstelling als kantoorbediende krijgt. In 1917 wordt hij overgeplaatst naar Bergen (Noord-Holland) waar hij zich opwerkt tot adjunct-commies. In 1922 trouwt hij met Bertha Keppel. Waar de woning van zijn ouders niet veel groter is dan een garagebox, kan Douwe in Bergen een vrijstaand huis laten bouwen. In januari 1946 overlijdt hij op 52-jarige leeftijd.

Hendrikje (1899-1955) behaalt haar diploma nuttige handwerken en is juffrouw op de bewaarschool in Lemmer. Ze trouwt in 1929 met Gerrit de Wit en verhuist naar Urk. Op Wijk 2-11 heeft haar man een kapperszaak. Ook is hij actief als verzekeringsagent.

Op hoge leeftijd verhuizen Obbe en Grietje naar Urk en trekken in bij schoonzoon Gerrit en dochter Hendrikje. Zo kan het dat de laatste rustplaats van de Lemsters Obbe Woudhuizen (overleden 1936) en Grietje Pen (overleden 1932) op Urk te vinden is.

Lees ook hoe Hendrikje als eerste Urker over de pas gesloten dijk Lemmer bereikte: Eerste Urkers over de dijk naar Lemmer.

Voor delen van dit verhaal is gebruik gemaakt van het artikel over Poppe de Rook op Spanvis.com

Laatste rustplaats van Grietje Woudhuizen-Pen, Obbe Woudhuizen en Hendrikje de Wit-Woudhuizen


Ontdek meer van A.J. Baarssen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

2 Comments

  1. Wat leuk om dit te vinden! Mijn overgrootvader was Jan Woudhuizen. Heb dit stuk naar mijn moeder gestuurd. Zij heet ook Woudhuizen.

    Like

    1. wat leuk om dit verhaal te lezen. Ik ben Sylvia Woudhuizen geen nazaat van obbe,maar wel van zijn voorouders. Ik ben van Jan Douwes. Ook deze ging met zijn broer Elisa naar Amsterdam. Ik ben ook in Amsterdam geboren, dochter van Klaas Woudhuizen. Met uiteraard de zelfde trekjes als de andere Woudhuizens .

      Like

Geef een reactie op Amelie Veenstra Reactie annuleren