Urk bestaat al meer dan 1000 jaar. Rond die tijd is het noorden van Nederland gekerstend, tot christen gemaakt. De doop is in die tijd de overgang van het heidendom naar het christendom.
In het jaar 966 geeft de Duitse keizer Otto I de helft van Urk aan het St. Pantaleonklooster in Keulen. Twee jaar later schenkt hij de andere helft aan het eveneens Duitse klooster in Elten.
Het gaat de kloosters in Duitsland vooral om geld. De kloosters hebben boerderijen op Urk en ontvangen belastinginkomsten. Als de rentmeester van het Keulse klooster langs komt, neemt hij schoenen mee om uit te delen.
Stavoren
De geestelijke zorg is toevertrouwd aan het Benedictijner klooster van Stavoren. In eigendomslijsten van dit klooster uit 1132 en 1245 staat dat er kapellen zijn op Urk, Naghele en Emelwerd. Rond 1300 is er sprake van een eigen parochie op Urk in het plaatsje Espelo, iets ten westen van het huidige Urk.
Een parochie is wat protestanten een gemeente noemen. De parochie heeft een kerk, een pastoor en mensen die de kerk bezoeken. In ieder geval rond 1300 kunnen we dus spreken van gedoopte Urkers.
Tegen het einde van de Middeleeuwen verschuift de geestelijke zorg voor Urk naar de stad Kampen. De Urker pastoor koopt chrisma, een van de heilige oliën in de rooms-katholieke kerk, bij de pastoor in Kampen. Chrisma wordt onder ander gebruikt bij dopen. Na het dopen krijgt het kindje met de olie een kruisje op het voorhoofd gezet.
De Middeleeuwse kerk van Espelo waar de Urker kinderen gedoopt worden, verdwijnt rond 1572 in de golven . Alleen de kerkklok blijft bewaard en is (weliswaar overgegoten) nog steeds in gebruik in het huidige Kerkje aan de Zee. Op de plaats van het huidige Kerkje aan de Zee verschijnt rond 1600 een nieuw kerkje.
Reformatie
De Reformatie laat op Urk lang op zich wachten. Rond 1600 verdwijnt de laatste pastoor van het eiland, in 1628 krijgt Urk een eigen predikant. De synode van Overijssel klaagt echter dat veel Urkers hun kinderen nog laten dopen door rondreizende priesters.
De rooms-katholieke priester Antonius Verweij schrijft over over periode 1617-1636: “Ik kwam op Urk, te Ens en Emmeloord, liggende in het midden van de Zuiderzee, en vond er een grote oogst, maar geen arbeider. Ik heb er gepreekt, het doopsel en de andere sacramenten toegediend. Zo goed als alle mensen van deze eilanden zijn zeer verknocht aan de kerk en eenvoudig, maar lieden van vijftig, zestig, zeventig jaar waren nog ongedoopt, doordat zij geen priesters hadden. Zij vroegen wel om brood, maar er was niemand, die het voor hen brak.”
In de loop van de 17e eeuw stopt het bezoek van rooms-katholieke priesters aan Urk. Urk is nu echt protestants geworden. In 1711 legt de nieuwe predikant Wernerus van Diepen een huwelijksregister en een doopboek aan.
De eerste Urker die hij doopt is Klaas, op 11 februari 1711. Klaas is een zoon van Hendrik Clasen en Jannetjen Bartels. De doop vindt plaats in het kerkje dat rond 1600 gebouwd is. Dit kerkje stort in 1714 in. Een nieuwe kerk is geen lang leven beschoren: in 1786 verschijnt uiteindelijk het Kerkje aan de Zee als definitieve vervanger.
Afscheiding
Tot 1836 worden alle Urker kinderen gedoopt in het Kerkje aan de Zee. Op 13 juli 1836 institueert ds. Hendrik de Cock een afgescheiden gemeente op Urk. Deze gemeente groeit uit tot de gemeente die later de grote Bethelkerk laat bouwen. Tussen 1850 en de Tweede Wereldoorlog worden de meeste Urkers in die kerk gedoopt.
Lees ook: Stond er in de Middeleeuwen een klooster op Urk?


Ontdek meer van A.J. Baarssen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.