Urker prinsgezinden hangen oranjevlag in kerktoren Durgerdam

Het is een gezellige boel in herberg de Zeven Provinciรซn in Durgerdam op die 13e november 1787. De Urker kastelein Grubbelt Brands tapt de glazen vol. Zojuist heeft een groep mannen een oranjevlag in de kerktoren gehangen. Hiermee betuigen ze hun steun aan de stadhouder, prins Willem V. In de herberg is timmerman Teunis Schouten aan het werk. Hij staat bekend als een vurig patriot. De prinsgezinden dwingen de timmerman een oranje lintje te dragen. Anders mag hij vertrekken. Niet alleen herbergier Grubbelt Brands, maar ook veel sponsoren van de oranjevlag zijn van oorsprong Urkers. De confrontatie tussen de Urker oranjegezinden en patriot Teunis Schouten leidt tot een week vol scheld- en vechtpartijen.

Het jaar 1787 is een revolutiejaar in de Nederlandse geschiedenis. De spanningen tussen patriotten en prinsgezinden komen tot een voorlopig hoogtepunt. Patriotten wensen meer inspraak en democratie. Prinsgezinden willen graag de situatie bij het oude houden. Ze hebben veel sympathie voor het huis van Oranje en stadhouder Willem V. Patriotten vormen eigen legers, vrijkorpsen, en op verschillende plekken komt het tot schermutselingen. Stadhouder Willem V ziet zich genoodzaakt zich uit Den Haag terug te trekken in Nijmegen.

In juni 1787 houden patriotten Wilhelmina van Pruisen, de vrouw van de stadhouder, tegen bij het dorpje Goejanverwellesluis. Ze houden haar enige tijd vast in een boerderij. Wilhelmina is hierdoor zo getergd dat ze de hulp inroept van haar broer, koning Frederik Willem II van Pruisen. Door zijn ingrijpen krijgt stadhouder Willem V zijn macht terug. Veel patriotten verlaten Nederland en wijken uit naar Frankrijk. De overwinning lijkt aan de Oranjes.

Kezennest Durgerdam

Deze overwinning willen enkele Durgerdammers graag vieren door een oranje vlag van de kerktoren te laten wapperen. Durgerdam is een klein plaatsje aan de kust van de Zuiderzee, onder de rook van Amsterdam. Het dorp staat bekend als een โ€˜kezennestโ€™, waarbij โ€˜keesโ€™ een scheldwoord voor patriotten is. Tom Nieuwenhuis toonde aan dat vooral de elite in het dorp de zijde van de patriotten kiest. Het gewone volk is op de hand van de Oranjes.[1] Het verzoek om een oranjevlag van de kerktoren te laten wapperen, zal op weerstand stuiten van de Durgerdammer vroedschap.

Het dorpsbestuur heeft overigens ook andere prioriteiten. Er is zorg dat de onrust vanuit het nabijgelegen Amsterdam zal overwaaien naar Durgerdam. De โ€˜Bijltjesโ€™, een groep Amsterdamse scheepstimmermannen kiest nadrukkelijk de kant van Oranje en schuwt de confrontatie met de patriotten niet. In Durgerdam is men bang dat de โ€˜Bijltjesโ€™ naar Durgerdam zullen optrekken, om het โ€˜kezennestโ€™ een lesje te leren. De vroedschap besluit een burgerwacht in te stellen, die Durgerdammers tegen elke vorm van geweld moeten beschermen. Bij gezamenlijke actie naar buiten kan men een discussie op het dorp over een oranjevlag niet gebruiken.

Urker oranjegezinden in Durgerdam

In de 18e eeuw verhuizen er regelmatig Urkers van en naar Durgerdam. De visserij verbindt beide Zuiderzeeplaatsen, wat het makkelijk maakt om in de nieuwe woonplaats werk te vinden. In de periode 1700-1800 is er bij acht Urker huwelijken een link met Durgerdam.[2] Sinds 1660 is Urk eigendom van het nabij Durgerdam gelegen Amsterdam. Het verkeer tussen Urk en Amsterdam zal de trek naar Durgerdam vergemakkelijkt hebben.

Onder de initiatiefnemers van het uithangen van een oranjevlag in Durgerdam, bevinden zich opmerkelijk veel Urkers. De eerste initiatiefnemer, Jan Spaander, heeft echter geen Urker wortels. In oktober 1787 staat hij vier keer aan de deur van de ambtswoning van de burgemeester. Na lang aandringen bespreekt de burgemeester de zaak in de vroedschap. Deze geeft geen toestemming voor het uithangen van de vlag.

De vuurtoren van Durgerdam in 1796 – Beeld: Stadsarchief Amsterdam

Daarop komen op 4 november twee andere vissers verhaal halen: Gerrit Prins en Jan Korf. Jan Korf is een geboren Urker en zelf nog gedoopt op Urk.[3] Gerrit moeder is een geboren Urkse en zijn grootvader van vaderszijde kwam ook van Urk. [4][5] Gerrits vader Pieter staat in het begrafenisregister van Durgerdam zelfs nog te boek als Pieter van Urk.  Waarschijnlijk heeft Gerrit de naam Prins aangenomen om zijn steun aan de stadhouder te onderstrepen.

Ook de beide Urker vissers krijgen nul op het rekest. Ze laten het hier echter niet bij zitten. Gerrits broer Pieter Prins reist af naar Hoorn, waar het bestuur van de regio zetelt. Zij stellen hem in het gelijk. Het gemeentebestuur van Durgerdam mag het uithangen van een oranjevlag niet verbieden.

Conflict in een herberg

Op 13 november 1787 hangen de initiatiefnemers de vlag uit de kerktoren. Hiermee betuigen ze naar eigen zeggen hun โ€˜vreugde over de gelukkige omwenteling in ons vaderlandโ€™. Daarna gaan ze โ€˜in betamelyke vrolykhydโ€™ iets drinken in herberg de Zeven Provinciรซn. Achter de toog zwaait een jonge Urker de scepter, de 24-jarige Grubbelt Brands. Later zal hij naam maken als schout en strandvonder van Urk.

De eerder genoemde vissers Gerrit Prins en Jan Korf zijn van de partij. Vissers Jacob Porsius (geboren te Urk), Eldert Klein (zoon van een Urker vader) en Gerrit Bleij (getrouwd met een dochter uit het Urker geslacht Prins) zijn er ook. De andere aanwezigen zijn beurtschipper Kornelis Bakker, de Friese vrachtvaarder Siebe Lam en de Durgerdammer taander Cornelis Beers.

In de herberg zijn op de bovenverdieping drie mannen aan het werk in opdracht van herbergier Grubbelt Brands. Het zijn timmermansknecht Teunis Schouten, metselaarsknecht Jan Kleybroek en hun hulpje Willem Marreboom. Als ze zich laten zien in de gelagkamer, neemt Siebe Lam het woord. โ€˜Gij moet vandaag niet in ons gezelschap komen, of gij moet voor die tijd oranje dragen.โ€™

Teunis Schouten weigert en vraagt de kastelein om zijn mening. Grubbelt is niet te beroerd om het spel mee te spelen. Als Teunis een oranje strikje opdoet, mag hij meedrinken. Weigert hij, dan moet hij direct uit de herberg vertrekken. Teunis blijft bij zijn weigering en verlaat met zijn collegaโ€™s de herberg.

Bij het vertrek verliest hij zijn muts, wat hem diep krenkt. Naar eigen zeggen wordt hij van de trap gegooid, maar de andere getuigen zullen dat later ontkennen. De Prinsgezinde aanwezigen gooien het timmerhout van Schouten uit het raam van de herberg. Niets willen ze met deze weigerachtige patriotten te maken hebben.

Escalaties

De patriotten laten deze vernedering echter niet op zich zitten en zoeken naar mogelijkheden voor represailles. Een paar dagen later gaat de prinsgezinde Jan Korf op bezoek bij Bartel Porsius, een oude Urker van 70 jaar. Jan en Frederik Schouten, twee Durgerdammer patriotten, volgen hem.

Ze schelden Korf uit voor alles wat mooi en lelijk is: oranjeklant, schelm, dief, (uit-)vaagsel! Ze dreigen Korf in stukken te snijden of op het hoofd te trappen totdat โ€˜u het brein de barstens uitspatโ€™. Korf blijft wijselijk binnen, waardoor het bij dreigementen blijft.

Een groep jonge patriotten dringt herberg โ€˜De Zeven Provincienโ€™ van Grubbelt Brands binnen en eisen een โ€˜vaderlandse borrelโ€™. Ze gooien hun hoeden in de lucht en drinken op de gezondheid van vader Hooft en de โ€˜verdoemenisโ€™ van de stadhouder. Hooft is de bekende Amsterdamse burgemeester en voorman van de patriotten. De jongens roepen verder โ€˜oranjeklanten onder, patriotten boven!โ€™ Regelmatig komen ze terug om de prinsgezinden uit te dagen.

Hendrik Danielszoon Hooft, burgemeester van Amsterdam, ambachtsheer van Urk en Emmeloord, vooraanstaand patriot

Teunis zoekt erkenning

Teunis zoekt in de dagen na zijn verwijdering uit de herberg persoonlijk de mensen op die bijgedragen hebben aan zijn publieke vernedering. Stijntje Bakker is de eerste die hij treft. Naar overtuiging van Teunis heeft Stijntje zijn muts afgetrokken bij het verlaten van โ€˜De Zeven Provincienโ€™. Daarvoor heeft ze een flink pak rammel verdiend. Door tussenkomst van een weduwvrouw blijven Stijntje de klappen bespaard.

Lees ook: Urkers onder Napoleon

Enkele dagen later zoekt Teunis met zijn broer Jan Schouten herbergier Grubbelt Brands thuis op. De broers willen dat Grubbelt toegeeft dat hij Teunis van de trappen heeft gegooid. Grubbelt weigert dit toe te stemmen, omdat dit volgens hem niet is gebeurd. โ€˜Schelm, leugenaar!โ€™, bijten de gebroeders Schouten de kastelein toe, waarna Jan met zijn vuisten de schouder van Brands begint te bewerken.

โ€˜Spreek nou Oranje bliksem, of ik sla je dat je kop tegen de muur vliegtโ€™, bedreigt hij de Urker kastelein. โ€˜Sla maar, ik zal niet terug slaanโ€™, reageert Brands laconiek. De gebroeders durven de daad niet bij het woord de voegen en verlaten scheldend het pand. โ€˜Oranje kabaal, Oranje vee!โ€™, voegen ze de achterblijvers nog toe.

Een bloedneus

Even later koelen ze hun woede op beurtschipper Kornelis Bakker. โ€˜Daar komt nog zoโ€™n bliksemse Prinsman aanโ€™, roepen Jan en Teunis Schouten. Ze grijpen hem op straat bij zijn kleding, waardoor zijn borstrok scheurt. Bakker probeert te ontkomen door de herberg van Grubbelt Brands binnen te gaan. โ€˜Sla mij niet, sla mij nietโ€™, roept hij voortdurend.

Terwijl Bakker de onderdeur al in handen heeft, haalt Jan Schouten uit en treft Bakker midden in het gezicht. โ€˜Zodanig dat het bloed hem neus en mond uitsprong.โ€™ De aanwezigen in de herberg helpen de bloedende Bakker naar binnen en sluiten de deur. De gebroeders Schouten schuiven nu een raam open, om hun scheldkanonnades voort te kunnen zetten. Uiteindelijk doet Brands de luiken voor de ramen, waardoor de rust wederkeert.

Besluit

Op 20 november 1787, precies een week na het uithangen van de oranjevlag, doen de Prinsgezinden verslag van de gebeurtenissen van de afgelopen week. De notaris van Ransdorp noteert hun verklaringen, die uit moeten lopen op een rechtszaak tegen de Schoutens. In hoeverre dit uiteindelijk tot een veroordeling heeft geleid, is niet bekend.

Hoe Oranjegezind de Urker bevolking in de patriottentijd was, is uit Urker bronnen lastig vast te stellen. De gebeurtenissen in Durgerdam geven aanleiding om te denken dat de doorsnee Urker op de hand van de Oranjes was.

Bronnen:

[1] Tom Niewenhuis, Keeshonden en Prinsmannen. Durgerdam, Ransdorp en Holisloot 1780-1813 (1986).

[2] Huwelijksregister per plaats of jurisdictie

[3] Jan Harmensz Korf, zoon van Harmen Jansz de Corff (I) en Jannetje Frans, visser, wonende te Durgerdam (NH), is gedoopt op zondag 25 november 1742 op Urk in het Kerkje aan de Zee (Ned. Herv.) door ds. Daniรซl Weerman, is overleden op zaterdag 27 augustus 1814 te Durgerdam (NH), is aangenomen tot lidmaat op zondag 25 maart 1770 op Urk.

[4]  Willempje Alberts (Willempje Alberts ) Boot (van Urk) (1705-1780) ยป Family tree Koeman Vlam ยป Genealogy Online

[5] Huwelijksregister per plaats of jurisdictie

[6] Tromp de Vries, De Oranjevlag, in: Urker Volksleven – 02e jaargang nr 08 – augustus-september 1973.


Ontdek meer van A.J. Baarssen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.