Een Urker meisje: Grietje de Wit

Verlegen kijkt het kind op de ansichtkaart in de lens van de camera, een vinger in de mond. Een Urker meisje, zo stelt het onderschrift van de ansichtkaart. Haar vader verkoopt de kaarten aan toeristen die op de valreep het eiland Urk bezoeken. Binnenkort is Urk geen eiland meer. Het zijn de laatste momenten voor het delen van een authentieke ervaring. Hoewel: het meisje op de foto is voor de gelegenheid in dracht gestoken. Ze draagt deze in het dagelijks leven nooit. En eigenlijk is ze helemaal geen typisch Urker meisje.

Het meisje op de foto is Grietje de Wit. Ze is geboren op 12 augustus 1930 als dochter van Gerrit Jan de Wit en Hendrikje Woudhuizen. Op de foto is ze ongeveer 2 jaar oud. Het gezin de Wit woont in de Raadhuisstraat, die in de volksmond ook wel Torenstraat wordt genoemd. Op Wijk 2-11 heeft vader de Wit een winkel, een assurantiekantoor en een kapperszaak.

In de kapperszaak is de schrijver K. Norel een graag geziene gast. De Zuiderzeewerken zijn in volle gang. Als de foto van Grietje wordt genomen, is de Afsluitdijk net gesloten. Binnen afzienbare tijd zal Urk ingepolderd worden.

Klaas Norel

Norel publiceert in 1938 het boek Aan dood water. Het boek beschrijft de gevolgen van de Zuiderzeewerken voor Urk. Veel vissers hebben grote financiële zorgen. Het wegvallen van de Zuiderzeevisserij brengt het voortbestaan van hun visserijbedrijf in gevaar. Veel vissers leven van de (magere) steun die de overheid biedt in het kader van de Zuiderzeesteunwet. Op Urk heerst in de jaren ’30 armoede.

Relatieve voorspoed

Die armoede gaat aan het gezin de Wit voorbij. Gerrit de Wit is een echte ondernemer en ziet overal kansen. Op Urk zijn tientallen winkeltjes, maar zijn winkel behoort tot de grotere. Vooral de drogisterijartikelen maken zijn onderneming onderscheidend. In de kapperszaak helpen meerdere knechts bij het knippen en scheren. Als Grietje iets ouder is, zal ze bijspringen als er veel klanten ingezeept moeten worden.

De ansichtkaarten vormen een bijverdienste. Begin jaren ’30 publiceert Gerrit een serie kaarten van het oude Urk. Het zijn plaatjes van de kerk, de haven, en dochter Grietje in klederdracht. Eind jaren ’30 legt De Wit ook de Zuiderzeewerken in ansichtkaarten vast.

De aanleg van de Meerdijk – ansichtkaart van G.J. de Wit

Gerrit richt zich ondertussen hoofdzakelijk op het opbouwen van een goedgevulde verzekeringsportefeuille. Als aanbieder van onder andere brandverzekeringen, heeft hij een groot deel van de Urker bevolking als klant. Grietje gaat later langs de deuren om het verzekeringsgeld te innen. Ze houdt er levenslang een grondige kennis van de Urker bevolking aan over. De verzekeringsportefeuille gaat later over op wat nu Hoekstra Assurantie B.V. is.

De telefoongids van Urk illustreert de uitzonderingspositie van het gezin de Wit. Op zo’n 3000 zielen zijn er in 1933 ongeveer 30 telefoonaansluitingen. Gerrit de Wit staat met telefoonnummer 29 in het rijtje van de grote winkeliers, de oliehandelaar en de dokter. Van de bijna 600 vissers op Urk had niemand telefoon.

‘Vreemden’

Grietje draagt op de foto Urker klederdracht. Het is de nette zondagse variant, te herkennen aan de zwarte bovenrok met goudkleurige speld. In het dagelijks leven draagt ze die niet, zoals haar ouders ook de Urker klederdracht niet dragen. Eigenlijk zijn het allebei geen Urkers, maar ‘vreemden’. Zo worden mensen van buiten Urk in de volksmond genoemd.

Hendrikje, broertje Arie, Grietje en Gerrit de Wit

Gerrit is wel op Urk geboren. Zijn vader Arie de Wit is echter afkomstig uit den Helder en zijn moeder Fiene Tot van Terschelling. Arie de Wit houdt als kantonnier van Rijkswaterstaat toezicht op de zeewering van Urk. Daarnaast zit hij voor de CHU in de gemeenteraad en is kerkvoogd van de Hervormde Gemeente. Als tweede havenmeester woont hij dicht bij de haven, op een steenworp afstand van zoon Gerrit. Grietje gaat graag even langs bij opa Arie en Fiene, die zich vanwege haar Friese afkomst beppe laat noemen.

Moeder Hendrikje komt uit Lemmer. Haar ouders Obbe Woudhuizen en Grietje Pen komen na de pensionering van Obbe op Urk wonen. De oude Grietje, waar het meisje op de foto naar vernoemd is, is bedlegerig. Regelmatig sluipt peuter Grietje even naar de slaapkamer om een snoepje bij haar oude beppe te halen. Op latere leeftijd kan ze zich nog precies het blikje herinneren waarin Grietje Pen de snoepjes bewaarde.

Vader Gerrit is op Urk geboren. Tocht heeft hij het dialect nooit onder de knie gekregen. Hij spreekt alleen Nederlands. Waar iedereen op Urk Urkers spreekt, is bij het ‘Urker meisje’ Nederlands thuis de voertaal. Soms is het doorspekt met wat Friese woorden van moeder Hendrikje.  

Hervormd

Ook op kerkelijk gebied is Grietje een uitzondering. Bijna alle Urkers (85%) zijn gereformeerd. Het gezin de Wit behoort tot de Nederlandse Hervormde Kerk, waar zo’n 10% van de Urker bevolking deel van uitmaakt.

De meeste Urker kinderen worden binnen enkele weken na de geboorte gedoopt. Grietje heeft haar eerste everjaardag al gevierd, als ze eindelijk wordt gedoopt. Het verhaal gaat dat vader Gerrit was in een jolige bui buiten zijn boekje is gegaan. Hij zou het liedje van Piet Hein hebben verbasterd tot ‘hij heeft gestolen de Zilv’ren vloot’. Of dit zelfs in de jaren ’30 een reden voor censuur was, is te betwijfelen.

Wel is duidelijk dat Grietje vrij snel na het vertrek van ds. Blink Kramer is gedoopt. Vader Gerrit had waarschijnlijk een meningsverschil met deze predikant. Dit ligt meer voor de hand als oorzaak van de late doop van Grietje.

Als Grietje de kerk wordt binnengedragen, glimt opa en kerkvoogd Arie de Wit trots in zijn notabelenbank. Zo snel het kleine meisje hem in de gaten krijgt, galmt ze namelijk uitgelaten ‘opa, opa’ door de kerk. Ds. C.A. ter Linden van Amsterdam (de opa van Carel en Nico ter Linden) bedient vervolgens de doop aan de kleine Grietje.

De laatste dagen van een eiland

Als hervormd meisje heeft Grietje met minder regels voor het dagelijks leven te maken dan haar gereformeerde klasgenoten. Het boek van Klaas Norel Aan dood water wordt eind jaren ’30 verfilmd. De titel van de film is De laatste dagen van een eiland. De film draait ook op Urk, in de kantine van Zuiderzeewerken. Gereformeerden mogen niet naar de film, hervormden wel.

Kantine Zuiderzeewerken. Ansichtkaart van vader Gerrit de Wit

Het ‘Urker meisje’ Grietje de Wit gaat dus wel naar de film. Ze ziet een wereld die verdwijnt, een wereld waar haar vader met ansichtkaarten geld aan verdient. Waar ze zelf slechts enkele malen de Urker dracht gedragen heeft, zal haar generatie de Urker dracht niet meer dragen. Het aantal vissers op Urk zal op termijn drastisch afnemen, terwijl de welvaart enorm zal toenemen. Urk gaat meer op Grietje lijken.

Grietje zal zelf het Urker dialect vaardig gaan hanteren. Toch wordt het Urker meisje nooit een bessien, zoals een grootmoeder op Urk heet. Ter ere van haar Friese moeder en haar beide beppes laat ze zich ook beppe noemen. Het Urker meisje was mijn beppe, Grietje de Wit.

Lees ook:
Over haar vader: Gerrit de Wit, ondernemer
Over haar moeder: Hendrikje Woudhuizen, eerste vrouw over de Lemsterdijk


Ontdek meer van A.J. Baarssen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.