Napoleon lijfde Nederland in 1810 in bij zijn keizerrijk en voerde de burgerlijke stand en de dienstplicht in. Over Urk in de Napoleontische tijd is nog niet veel geschreven. Wat waren de gevolgen van de keizerlijke overheersing voor de bewoners van dit kleine eilandje in de Zuiderzee? En vochten er Urkers aan de zijde van Napoleon?
In de Franse tijd werd de kaart van Nederland een aantal keren opnieuw ingetekend. Napoleon voerde de Franse indeling in departementen en arrondissementen in. Urk kwam bij het nieuwe departement Zuiderzee te horen, wat ongeveer het huidige Utrecht en Noord-Holland omvatte. Binnen het departement Zuiderzee viel Urk onder het arrondissement Hoorn, en vervolgens onder het kanton Enkhuizen. Urk kreeg een maire, wat Frans is voor burgemeester. Die maire was wel gewoon een Urker: Hendrik Klaasz. de Haan.

In 1811 werd in Nederland de burgerlijke stand ingevoerd. Urk was iets later en registreerde vanaf 1812 de overlijdens. Vanaf 1814 zijn ook geboortes en huwelijken in de burgerlijke stand van het eiland terug te vinden. Tot die tijd schreef de dominee van Urk de namen in het doop-, huwelijks- of begraafboek. Van verschillende plaatsen in Nederland zijn registers van naamsaanneming terug te vinden. Hierin is te lezen welke achternamen mensen aannamen. Van Urk is een dergelijk register niet bewaard gebleven. Overigens waren veel achternamen al voor de invoering van de burgerlijke stand in gebruik. Op Urk waren dat bijvoorbeeld de namen Brands en Koffeman.

Wel is er een lijst met alle volwassen mannelijke inwoners van Urk, met hun beroep. Op 1 mei 1811 werden ze in het register ingeschreven. De lijst bevatte 135 namen van Urker mannen, waarvan er 122 pรชcheur (visser) waren. Daarnaast woonden er een burgemeester, dominee, chirurgijn, schoolmeester, handelaar, belastingontvanger, opzichter van de maritieme werken, twee timmermannen en drie bakkers.
Belemmering van de visserij
De meeste Urkers waren dus vissers. De visserij werd door de Franse overheersing echter ernstig belemmerd. Door de oorlog waren de visgronden vaak niet toegankelijk, omdat oorlogsschepen bij Texel de toegang tot de Noordzee versperden. Daarnaast had Napoleon het Continentale Stelsel ingevoerd. Dit was een verbod op handel met Engeland, zijn belangrijkste vijand. Veel Nederlanders probeerden dit verbod te omzeilen. Daarom kregen ook vissersschepen een Franse soldaat aan boord om smokkel te voorkomen.
In februari 1813 werden in Monnickendam enkele Urkers opgepakt en veroordeeld voor smokkel.
Volgens de Urker geschiedschrijver C. de Vries bewaarden de nazaten van de Urker schipper Klaas Jelles Hakvoort nog lang zijn vaarvergunningen uit deze tijd. Deze waren geldig voor een jaar en moesten in elke haven bij aankomst en vertrek door de havendouane afgetekend worden. Deze procedure bemoeilijkte de smokkel van Engelse goederen. Toch deden verschillende vissers pogingen om te smokkelen. In februari 1813 werden in Monnickendam enkele Urkers opgepakt en voor smokkel veroordeeld.

De belemmeringen leidden tot een verslechterde economische situatie op Urk en andere visserseilanden. Op Marken daalden de jaarlijkse inkomsten uit de visserij van 15000 naar 9000 gulden. In 1811 en 1812 werden voor de eilanden Urk en Marken in het departement Zuiderzee collectes gehouden. In 1813 richtten de maires van Urk en Marken een brief aan de prefect (bestuurder). Hierin vroegen ze aan keizer Napoleon om vrijstelling van belasting voor de komende 25 jaar. Ook verzochten ze, zolang de oorlog zou duren, om een jaarlijkse subsidie van 2000 francs. Hiermee konden de maires hun gemeenteambtenaren betalen en de armenkas vullen. De oorlog had de โbuitenvisscherijโ immers geheel vernietigd. Het was onmogelijk geworden op de Noordzee te vissen.
Dienstplicht: zeedienst en landleger
Voor sommigen van die vissers had Napoleon een andere taak in gedachten. De militaire strateeg voerde in Nederland ook de dienstplicht in. Vissers kwamen in aanmerking voor een bijzondere vorm van dienstplicht: de zeedienst. Voor de zeedienst konden vissers en zeemannen tussen 24 en 50 jaar ingeloot worden. Hierdoor kon Napoleon snel ervaren zeelui op zijn oorlogsvloot inzetten. Veertien Urkers werden ingeloot voor de zeedienst.
- Jan Coes Bakker – ?
- Okkes Jan de Boer – 14-06-1767
- Willem Meinderts de Boer – 10-11-1782
- Klaas Jelles – 04-05-1783
- Klaas Kompaan – 24-12-1769
- Luit Klaas Kamper – 30-11-1783
- Lubbert Klaas Kamper – 04-05-1777
- Teunis Cornelisz Romkes – ?
- Pieter Willemsz Schouten – 25-11-1781
- Geert Louwes Weerstand – 28-10-1770
- Teunis Jacob Woort – 24-09-1786
- Willem Riekels – ?
- Klaas Roelof – ?

Naast de zeedienst moesten Urkers ook loten voor dienst in het landleger van Napoleon. Hiervoor kwamen jongens in aanmerking die in het lotingsjaar twintig waren geworden. Urkers lootten mee in het kanton Enkhuizen. In 1810 lootten drie Urkers in voor dienst in het Franse leger. In 1812 ging het om negen Urkers, in 1813 waren het er acht. Voor 1811 is geen uitgesplitst getal voor Urk bekend, maar zal het om een vergelijkbaar aantal gegaan zijn. Als de Urkers zich daadwerkelijk hebben gemeld, is het goed mogelijk dat Urkers deel uitmaakten van Napoleons Grande Armรฉe waarmee hij in 1812 Rusland aanviel.
Het is goed mogelijk dat Urkers deel uitmaakten van Napoleons Grande Armรฉe, waarmee hij in 1812 Rusland aanviel
Niet iedereen meldde zich echter met de juiste spoed. De Urker maire schreef bijvoorbeeld dat een van de lotelingen, met de achternaam Mars, zich niet op tijd in Amsterdam kon melden. De reden was dat hij zijn โrechtervoet en toonen gebrand heeft door kokend water en dus onmogelijk kan marcheerenโ.

In de archieven zijn de namen van twee Urkers terug te vinden die dienden in het leger van Napoleon: Henderick Brands (28 februari 1793) en Lubbert Kramer (8 juni 1793) dienden in 1813 in het 8e en 142e regiment infanterie van de linie. Henderick Brands overleed op 2 oktober 1813 in een Frans veldhospitaal. Lubbert Kramer vocht met het 142e regiment mee bij de volkerenslag bij Leipzig in 1813. Zweden, Russen, Pruisen en Oostenrijkers vochten tegen Fransen, Polen en Italianen. Temidden van die vele volkeren vocht dus minimaal een Urker.
Brief van 10 april 1813 van de maire van Urk aan de onderprefect in Hoorn inzake de oproep voor Klaas Jansz. Mars "Weledele Heer. UEdeles geรซerde Missive van de 4e deezer maand aangaande de opzending van den conscrits Mars Klaasz Jansz. heb ik heden zijnde de 10e ontvangen. Ter beantwoording van dezelve dient: dat de perzoon hem buiten staat bevind, en onze chirurgijn oordeelt dat hij buiten staat is om vervoerd te worden, uit hoofde dat er zware toevallen plaats hebben, zoo als uit het hier bijgaande bewijs van onze heelmeester zal blijken, waarom wij Ued. vriendelijk verzoeken ons nog eenige tijd uitstel te geven en dit voor ons ter plaatze te bezorgen daar zulks behoort, wijl wij niet nalatig zullen zijn hem zoo spoedig als maar eenigsinds mogelijk is ter bestemder plaats te zenden. Ontvang Mijn Heer de verzekering onzer Hoogachting Weledele Heer
Bevrijding
Nadat Napoleon in 1813 de volkerenslag bij Leipzig verloor, trokken de Franse soldaten zich uit Nederland terug. De latere koning Willem I landde in Scheveningen en overal in Nederland werd feest gevierd. Op Urk ging dat er uitbundig aan toe. De chef van de waterstaat schreef: โdat de Inwoonders van dat eiland zich niet hebben ontzien om ’s Rijks magazijnen aldaar open te breken en ter viering der gelukkige omwenteling een aanmerkelijke hoeveelheid van ’s Rijks materialen en gereedschappen te verbrandenโ
Urkers vierden de bevrijding door de magazijnen van het Rijk open te breken en vreugdevuren te stoken.
Naast deze vreugdevuren was er door de handelsbelemmeringen blijkbaar ook een gebrek aan brandhout op Urk. De oplossing van de Urkers bedreigde echter hun veiligheid. De chef schreef daarover: โdat verder eenige Personen dagelijks voortgaan met de Palen der zeeweringen te kappen en die tot brandhout te gebruiken. Ik acht mij verplicht HoogEd. Gestr. Heer hiervan te rapporteeren, dewijl door deze wanorders niet alleen veel nadeel aan ’s Rijks kas wordt toegebragt, maar bij het verder of kappen der paalwerken de physieke gesteldheid van dit Eiland, zoo noodzakelijk voor de zeevaart op de Zuiderzee wordt gecomprometteerdโ. Als er nog meer palen van de zeewering in de kachel zouden verdwijnen, zou de zee Urk wel eens weg kunnen spoelen.
De vreugde over de bevrijding van Napoleon leidde bijna tot de ondergang van het eiland.
Lees ook: Urker prinsgezinden hangen vlag in kerktoren Durgerdam
Ontdek meer van A.J. Baarssen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Arjan,
Waarom is die kaart van Urk in spiegelbeeld? Bij ons op kantoor(Hoekstra assurantie) hangt deze ook. Vraag me dat altijd al af.
LikeLike
Ik heb daar ook geen sluitend antwoord op. Het lijkt wel bewust zo gedaan. Het Kerkje aan de Zee staat niet in spiegelbeeld, maar heeft een goed vooraanzicht.
LikeLike