De vraag van bessien Lumme: Wat gebeurde er met Aron?

Leentje van de Kar, zo noemden de Amsterdamse Joden mijn bessien Lumme. Lummetje Anker-Bos vertrok honderd jaar geleden naar Amsterdam, om daar bijna tien jaar te werken als dienstbode in Joodse gezinnen. Ze hield er een diep respect voor het Joodse volk aan over, maar ook een stil verdriet. Wat was er gebeurd met Aron, het Joodse jongetje met wie ze op de foto stond?

Nog geen veertien was Lumme, toen ze door haar moeder naar Amsterdam werd gebracht. Ze was nog niet in de groei en te klein om gewone huishoudelijke klusjes te kunnen doen. Staande op een stoof voor het aanrecht lukte het allemaal net. De verdiensten, ongeveer vijf gulden per week, stuurde ze naar Urk. Dat geld was in het grote gezin thuis keihard nodig. Vader Jan Bos en moeder Ester Koffeman kregen uiteindelijk elf kinderen, Lumme was de tweede.

Bij Joodse gezinnen

Lumme diende eerst een jaar bij de familie Neeter. Meneer Neeter was zoals veel Amsterdamse Joden diamantslijper, maar kreeg ontslag en begon met zijn vrouw een marktkraam op het Waterlooplein. Intussen paste Lumme thuis op Esther en Eliazer. Als Eliazer borstvoeding moest hebben, bracht Lumme het jongetje naar de markt. Moeder Neeter ging met de baby naar huis en Lumme nam de plaats achter de kraam in. Vrolijk prees ze de koopwaar aan: ‘Sokken en kousen, alle maten!’ ‘Dat vond ik wel lollig’, zei ze later.

Na een jaar ging Lumme dienen bij de familie Van de Kar. Deze familie had een voorkeur voor Urker dienstmeisjes. Voor Lumme hadden Grietje Post (Griet van de ouwe skipper) en Willempje Post er gediend. Eliazer van de Kar en Eva Drukker woonden in de Nieuwe Amstelstraat, vlakbij de grote Joodse synagogen. Lumme woonde nu in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Als de synagoge uitging stonden de Joodse kinderen te dringen voor de deur: er werd snoep uitgedeeld. Vlak voor het Joodse Pesach stookten de Joden overal op straat vuurtjes om het brood uit de huizen te verbranden.

Meneer Van De Kar was ook diamantslijper geweest, maar had nu ook een marktkraam. Lumme diende jaren bij de familie en was ook regelmatig achter de kraam op de Nieuwmarkt terug te vinden. De Joden noemden haar daarom Leentje van de Kar. Het echtpaar Van de Kar was al op leeftijd. Hun jongste dochter, Rachel, woonde nog thuis en werd een vriendin van Lumme. Ze scheelden slechts vier jaar en Lumme mocht haar ‘Chelly’ noemen.

Bijna zeven jaar diende Lumme bij de Van de Kars. Net als de andere Urker dienstmeisjes was ze alleen met Kerst en Pinksteren even op Urk. Haar laatste jaren diende ze bij de familie Schiffmann. David Schiffmann was een Joodse vluchteling uit Kiev en was in Amsterdam kleermaker geworden. Hij trouwde met Alida Schuitevoerder. Toen Lumme er diende hadden ze twee jongetjes, Aron en Isaac, waar Lumme op paste en mee uit wandelen ging. Aron was echt Lummes jongetje. Op de enige foto uit haar Amsterdamse tijd is ze dan ook samen met Aron vastgelegd.

Met veel Urker meiden

Lumme was niet het enige Urker meisje in Amsterdam. In de jaren twintig van de vorige eeuw dienden er tientallen Urker meisjes. Ze bezochten samen de middagdienst in de gereformeerde Boomslootkerk, volgden er catechisatie en meisjesvereniging. Lumme deed ook belijdenis in Amsterdam bij ds. W.G. Harrenstein.

De vrijheid die dienstbodes kregen verschilde van werkgever tot werkgever. Lumme kreeg veel avonden vrij en ging dan bij vriendinnen op bezoek. Later kwam haar oudste zuster Aole ook in Amsterdam wonen, die inmiddels getrouwd was met Albert Baantjer. Lumme kon zo regelmatig op bezoek bij haar eerste tantezeggertje, de kleine Appie Baantjer. Daar moest ze dan wel een uur voor lopen, want een dubbeltje voor de tram kon er niet vanaf. Het gezin van vader en moeder moest immers onderhouden worden en er moest voorzichtig gespaard worden voor een uitzet.

De meiden hadden immers ook contacten met de jongens. Veel Urker botters bleven in het weekend in Amsterdam liggen. Jonge jongens pasten op de botters. Op vrijdagavond verzamelden de botters zich achter het Centraal Station en gingen de meiden ‘naar de buitenkant’. Er was even contact met vader, broer, of de vriend die zijn ‘kalletjen’ opzocht. Kalle is het Joodse woord voor bruid en is via de dienst van Urker meisjes bij Joden in het Urker dialect terecht gekomen.

De Tweede Wereldoorlog

Lumme trouwde in 1930 met Klaas Anker. Ze vertrok uit Amsterdam, maar kwam tot in de Tweede Wereldoorlog nog wel eens op bezoek bij de gezinnen waar ze gediend had. De Duitse bezetting veranderde alles. Het Waterlooplein, waar Lumme vrolijk sokken en kousen had aangeprezen, werd een van de ingangen van de Amsterdamse Jodenwijk. Alleen Joden werden nog tot de markt toegelaten. De Nieuwmarkt, waar Lumme als Leentje van de Kar jaren had gewerkt, werd met prikkeldraad afgezet. Joden mochten er helemaal niet meer komen.

Intussen begon ook het wegvoeren van de Joden. De familie Neeter had na Lummes dienst nog een jongetje gekregen: Maurits. Vader en moeder Neeter maakten met Maurits deel uit van de zogenoemde kindertransporten naar Sobibor. Meer dan duizend Joodse kinderen onder de zestien werden in juni 1943 samen met hun ouders vergast. Esther en Eliazer, waar Lumme vroeger op paste, waren eerder al vermoord in Auschwitz en Mauthausen.

Meneer Van de Kar was voor de oorlog al gestorven. Mevrouw Van de Kar was inmiddels tachtig en woonde in het verzorgingstehuis de Joodsche Invalide. In maart 1943 werd het tehuis ontruimd. De Duitsers gooiden de bejaarden van de trappen, blinden werden naar buiten geslagen. De ouden van dagen werden op transport gezet naar Sobibor. Drie verpleegsters die het transport overleefden vertelden later hoe de bejaarden waren vermoord. Omdat ze te oud waren om naar de gaskamers te lopen, werden ze in wagentjes geladen en naar een kuil gereden. Het geluid van een machinegeweer was het laatste wat ze hoorden. Mevrouw Van de Kar is dus waarschijnlijk op tachtigjarige leeftijd in een kuil in Sobibor doodgeschoten. Chelly van de Kar, de vriendin van Lumme, werd enkele maanden later met haar man en drie kinderen in Sobibor vergast.

Persoonsbewijs Aron opgedoken in archieven

Recent is in de Rode Kruis-archieven het persoonsbewijs van Aron opgedoken. Voor het eerst is te zien hoe de peuter van de foto met bessien Lumme zich heeft ontwikkeld tot een zelfbewuste jongeman. Waarschijnlijk is het persoonsbewijs in Westerbork achterbleven, na Arons transport op 25 januari 1944.*

Aron

Ook de familie Schiffmann kreeg na de dienst van Lumme nog een kind, een meisje dat ze Frieda noemden. Frieda en Isaac zaten met vader David Schiffmann in hetzelfde kindertransport als de familie Neeter. Ze werden in juni 1943 vergast in Sobibor, moeder Alida was al in mei in Sobibor vermoord.

Eind 1943 leefde van de mensen voor wie Lumme had gewerkt en hun kinderen alleen Aron nog, het jongetje van de foto. Aron was zeventien toen de kindertransporten vanuit Vught naar Sobibor vertrokken. De leeftijdsgrens was zestien en Aron werd daarom niet weggevoerd, maar tewerkgesteld. Hij moest tankvallen graven op de Moerdijk. Uiteindelijk kwam Aron toch in Westerbork terecht en werd hij met de 84e trein uit Westerbork in januari 1944 naar Auschwitz gedeporteerd. Daar werkte hij nog enkele maanden, tot hij onder onbekende omstandigheden overleed. Na de oorlog is zijn overlijdensdatum vastgesteld op 31 mei 1944.

Het verhaal van Aron, de familie Van de Kar en de familie Neeter is het verhaal van Joods Amsterdam in de Tweede Wereldoorlog. Drie van de vier Amsterdamse Joden zijn tijdens de Holocaust vermoord. Honderden Urker meisjes hebben voor de Tweede Wereldoorlog bij deze Joden gediend. Vaak hebben ze, net als Lumme, nooit precies geweten wat het lot van hun voormalige werkgevers en hun kinderen is geweest. Omdat de archieven inmiddels geopend zijn, is het precieze lot van bijvoorbeeld Aron nu wel te achterhalen. Bij het herdenken van vijfenzeventig jaar vrijheid past daarom het herdenken van deze Joden met wie wij via onze (overgroot-)moeders verbonden zijn

Lees ook: Jo Hoogeveen bij de Joodse antiquairsfamilie Staal

Bekijk: Alle foto’s van Lumme Anker-Bos



Persoonskaart Aron Schiffmann
Persoonskaart Aron Schiffmann
Nieuwmarkt voor de oorlog

De Nieuwmarkt voor de oorlog

Nieuwmarkt in de oorlog
De Nieuwmarkt in de oorlog
Synagoge
De synagoge op de hoek van de Nieuwe Amstelstraat
Rijntje Neeter Goudsmit
Rijntje Neeter – Goudsmit
Eva van de Kar Drukker
Eva van de Kar – Drukker

* Bron: Archief Nederlandse Rode Kruis (NRK), Persoonsbewijs Westerbork (PB-WBK), toegangsnummer 2.19.287, inv.nr. 4, Schiffman, Aron


Ontdek meer van A.J. Baarssen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

5 Comments

Plaats een reactie