Mijn overgrootmoeder Jo Hoogeveen in Amsterdam

Drie van mijn vier overgrootmoeders dienden bij Joodse gezinnen in Amsterdam. De moeder van mijn opa, Johanna Elizabeth Hoogeveen, was in 1906 mijn eerste overgrootmoeder die in Amsterdam ging dienen.

Johanna Elizabeth Hoogeveen (1886), kortweg Jo, was de tweede dochter van Jan Hoogeveen en Willemina Beens. Jo’s vader vertrok naar Transvaal (Zuid-Afrika) om als schoolmeester de Nederlandse taal levend te houden. Hij belandde echter midden in de Tweede Boerenoorlog en vocht mee aan de zijde van de Boeren, de Nederlandstalige Afrikaners. De Engelsen namen Jan Hoogeveen gevangen en hij overleed aan de gevolgen van malaria in het concentratiekamp van Mafeking (1902).  Moeder Willemina bleef op Urk achter met zes kinderen.

jan hoogeveen afrika
Vader Jan Hoogeveen jr. in Transvaal

Twee jaar na het overlijden van haar vader verhuisde Jo naar Apeldoorn (1904). Ze ging werken als dienstbode in het grote gezin van de gereformeerde predikant Arie den Hartogh. Een van de kinderen, de toen vijfjarige Gerrit Marinus, werd later hoogleraar kerkgeschiedenis aan de Theologische Universiteit in Kampen.

Dienstbode bij Hartog Hammelburg, diamantslijper

Moeder Willemina Beens verhuisde in 1905 naar Amsterdam. Jo volgde in 1906 haar voorbeeld en was gedurende tien jaar dienstbode bij drie gezinnen, waaronder twee Joodse.

Johanna Elizabeth Hoogeveen
De gezinnen waar Jo Hoogeveen diende in Amsterdam

In 1906 en van 1910 tot 1916 diende Jo in het gezien van Hartog Hammelburg en Klara Frankvoorder. Hartog was diamantbewerker. Rond 1910 was 30% van de Joodse mannen in Amsterdam werkzaam in de diamantindustrie. In deze wereld was een bepaalde hiërarchie:

  1. Klovers en zagers: zij stonden aan de top en bewerkten de diamant in ruwe vorm
  2. Snijders: snijders gaven diamanten hun definitieve vorm. Er waren roosjessnijders en briljantsnijders, genoemd naar de vorm van de diamant.
  3. Slijpers: slijpers zorgden voor de afwerking. Binnen deze groep waren slijpersbazen en slijpersknechten te onderscheiden.

Gezien de advertentie van Hammelburg in het Weekblad van den Algemeenen Nederlandschen Diamantbewerkersbond waren er meerdere roosjesslijpers en -verstellers voor hem actief. Hartog Hammelburg zal dus een slijpersbaas in de onderste categorie diamantbewerkers geweest zijn.

MMIISG06_001441008_00002_image
Weekblad van den Algemeenen Nederlandschen Diamantbewerkersbond. 24-02-1911

Het gezin Hammelburg-Frankvoorder

Hartog en Klara kregen verschillende kinderen:

  • Nathan (1888)
  • Marianna (1891)
  • Hijman (1892)
  • Salomon (1893)
  • Jacob (1895)
  • Vogeltje (1896)
  • Sara (1901)

Jo diende in een kinderrijk gezin, waarbij ze niet eens zoveel scheelde met de oudste kinderen. Het plotselinge overlijden van haar (aanstaande) schoonmoeder maakte een abrupt einde aan haar carrière als dienstbode in Amsterdam. In 1916 vertrok ze naar Urk om te trouwen met de Urker visser Klaas Baarssen.

De familie Hammelburg in de Tweede Wereldoorlog

Hartog overleed op 26 december 1930. Klara verhuisde op 8 oktober 1940 naar Antwerpen. Veel kinderen Hammelburg waren ook in België gaan wonen. Klara Frankvoorder werd opgepakt en op 26 september 1942 per trein vanuit Mechelen naar Auschwitz getransporteerd. Bij aankomst werd ze meteen vermoord. Klara werd 76.

De meeste kinderen van Hartog en Klara Hammelburg overleefden de oorlog. Alleen dochter Vogeltje Trompetter-Hammelburg (46) werd op 12 oktober 1942 in Auschwitz samen met haar twee zonen Henri (9) en Nico (7) vergast.


Ontdek meer van A.J. Baarssen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie