Pieter Anker, een visser die landloper werd

Ommerschans in 1830

‘Vooruit, opstaan!’ Op een warme julidag geeft de veldwachter Pieter Anker, een Urker visser, een schop onder de kont. De 55-jarige Urker staat verschrikt op. Even wilde hij uitrusten onder een boom, maar blijkbaar is hij in slaap gevallen. Al dagen is hij onderweg en de lange wandeling valt hem op zijn leeftijd zwaar.

Hij is op zoek naar werk. Weer op zoek. Als jongeman is hij van Blokzijl naar Urk verhuisd. Z’n vader Klaas was schilder en glaszetter in het Overijsselse stadje. De verdiensten liepen echter terug en Pieter was schippersknecht geworden. Al varend was hij met Urk in aanraking gekomen. Hij had er kennis gekregen aan een meisje, Grietje de Boer. Zodoende was hij op Urk gaan wonen en was hij visserman geworden.

Na drie jaar huwelijk overleed Grietje. Anderhalf jaar later hertrouwde Pieter met Luutje de Boer. Pieter was inmiddels 34, Luutje 26. Ze kregen zes kinderen. Hun eerste Elizabeth werd ruim 2 jaar, Meindert ruim 4. De tweede Elizabeth werd 8 dagen. Haar tweelingzusje Antje slechts 3. Twee jongens, Klaas en Jan, overleefden wel de kritieke eerste vijf jaar. Luutje, Pieters vrouw, overleed een half jaar na het verlies van haar tweeling. Ze werd 37. Klaas was 10, Jan 6 en vader Pieter 45. Pieter hertrouwde niet meer.

In 1865 begon de aanleg van het Noordzeekanaal, van IJmuiden naar Amsterdam. De Industriële Revolutie maakte dergelijke grote projecten mogelijk. Uit heel het land trokken arbeiders naar Velsen, waar op de heide een dorp van hutten en huisjes ontstond. In 1876 werden de sluizen aangelegd, waarna het Noordzeekanaal geopend kon worden. Nu vestigden zich in de omgeving ook vissers, die onder de Noordzeekust visten.

Mogelijk zocht Pieter Anker hier werk als visser in de zomer van 1881. De veldwachter die hem onder de boom aantrof, arresteerde Pieter echter voor landloperij. Hij had geen adres, geen geld en geen werk. De rechtbank van Haarlem veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van 15 dagen. Na de gevangenisstraf zou hij worden opgenomen in bedelaarsgesticht de Ommerschans.

De Ommerschans was, samen met Veenhuizen, in het begin van de negentiende eeuw gesticht als kolonie. De gedachte was dat armen hier heropgevoed en op eigen benen gezet zouden worden. Van die gedachte kwam weinig terecht. De Ommerschans werd een veredelde gevangenis waar bedelaars voor langere tijd opgesloten werden. De mannen bivakkeerden met 50 man op grote slaapzalen. Overdag werkten ze als klompenmaker of wever.

Pieter Anker kwam hier in augustus 1881 terecht. Hij hield het er geen jaar uit en overleed op 9 april 1882, vlak voor zijn 56e verjaardag. Hij werd begraven in de bossen rond de Ommerschans, zonder duidelijk grafmonument. Dat was alleen voor de medewerkers van de Ommerschans weggelegd.

In hoeverre zijn zonen Klaas en Jan hiervan op de hoogte geweest zijn, is niet duidelijk. Klaas trouwde in 1885 op Urk met Cornelia Kapitein op Urk. Merkwaardig genoeg verhuisden zij ook later naar Velsen. In 1901 verloren ze twee kinderen in het Noordzeekanaal. Luutje (11) en Cornelis (10) probeerden hun broertje te redden, maar verdronken zelf. Hun broertje werd in kritieke toestand uit het water gehaald en overleefde.

Jan trouwde in 1891 op Urk met Harmpje Kroon. Hun zoon Klaas is mijn overgrootvader.

Lucia de Vries schreef ook over Pieter Anker in het artikel ‘Urkers in het pauperparadijs


Ontdek meer van A.J. Baarssen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie